Ben ik er wel, ben ik er niet?

"Dit ingenieuze kleine organisme op deze planeet is wat door het hele spektakel wordt gecreëerd zodat het zich zijn eigen aanwezigheid kan realiseren."

Alan Watts

Is dát het dan? Is dát de hele menselijke show, de reutemeteut, drekkig gezeur, wonderlijk theater, de ups en de downs, de pijnen en het piekende plezier, de overgave, de bejubelde liefde, het ernstige echte, het ongeloofwaardige lichte, het gedonder, gedoe, laat stáán al het onrecht? Zodat we onze eigen aanwezigheid kunnen realiseren? Is dít het dan? Het hele spektakel (een woord dat ik blijkbaar met moeite - emotie - na-typ, alsof ik daarmee iets kostbaars, bijna bibberend uit handen geef) is 'vanzelfsprekend'.

Elders in zijn boek schrijft Watts:

"De ervaring die je nu hebt - die je normaal, alledaags bewustzijn zou kunnen noemen, is het."

Toen ik dit las, begon ik van onder mijn deken (waar ik graag in de avond onder kruip om met gedimd licht nog wat te lezen), te grinniken.

In herinnering kwam een intens meditatief moment waarop ik in sneltreinvaart allerlei beelden van mensen en andere diersoorten in strijd en lijden zag. Het begon te duizelen, "aaarrggghhhh" voelde ik mijn lijf roepen. "Nééé, dát niet, dat echt niet", kermde mijn 'mind'. En het bleef doorstromen en kolken, ik ervoer krampoproepende, veelal vermeden, onderdrukte verbindingen tussen mij en wat ik tot dan toe van onze werelden aan vormen van lijden meende te hebben gezien en gekend tot de draaikolk ineens schrikbarend snel stopte. Het leek bijna ondraagbaar piepend stil. En ineens voelde ik iets subtiels wat ik dan maar als een soort já zou beschrijven, al wist en weet ik niet tegen wie of wat ik dat precies zei zonder woorden, al weet ik niet of het gericht of ongericht was. Alsof het tegen alles en niets tegelijkertijd gezegd en per ommegaande gehoord werd. Bijna ontgoocheld knipperde ik met mijn oogleden. En toen kwam de glimlach oproepende vraag: is dít het? Dít?

Schrijvend erover poog ik deze intense ervaring te bemachtigen. Met woorden dek ik het eigenlijk weer toe, komt er een soort omhulsel omheen. DIT. Alsof ik mezelf weer onder de deken positioneer, het avondlijke uitsluiten van licht toedicht aan 'mijn eigen keuze' en het daaronder technische dimlicht aanzie als 'Verlichting'. Zo eigen ik een wonderlijk spreker als Watts bijna verstikkend toe als vertrouwde vriend, snakkend naar gelijkgestemdheid. Hij weet het, ik weet het! Ha!

Is het een competitie? Heb ik behoefte aan bevestiging?

Valkuilen alom. Is er iets te weten? Zo ja, dan 'weet' iedereen het weldra ik het weet, en vice versa. Dit voelt wel intens verantwoordelijk....

Watts roept het sprekende beeld van het spel 'verstoppertje' op. Kiekeboe. Bijna romantisch aanvoelend stelt hij dat kleine kinderen dit spel meteen snappen, parafraseer ik wellicht wat grofmazig.

'Snap', pun intended.

We representeren onszelf als iets-anders dan onszelf. Maskers is het woord dat we dan vaak gebruiken. Het grappige en ongemakkelijke is dat we (absoluut gezien) eindeloos veel 'anders' zijn, omdat we met alles verbonden zijn. 'Zelf' is diep intiem en verstrekkend, omvattend, verreikend. Dit diep intieme maakt het ook intens 'relatief', als in: betrekkelijk. Dat het ene zich tot het andere betrekt, dat er altijd sprake is van intensiteiten van betrekkingen. Relaties. Vóelbare verschillen.

'Bij jou kan ik echt mezelf zijn', zeggen we misschien. Wat zeggen we dan? Spelen we geen verstoppertje meer? En wie blijft er over als we ons van alle maskers ontdaan hebben? Is er een ondeelbaar klein deeltje?

In precies deze hele context, inclusief alles wat er hier en overal is, vallen 'zelf' en 'ander' weg. Dít is het, nú vallen 'verstoppertje' en 'onthullen' samen.

Misschien komt het woord 'gewoon' op. Dit voelt 'gewoon'. Wonderlijk gewoon. Ik ben er, ik ben er niet.

Ik herinner me dat het woord 'gewoon' genoemd werd in een context (relatie) stampensvol intense gevoelens (betrekkingen) die ik al gauw zou verbijzonderen, waar ik verhalen en verbeeldingen bij had, waarbij ik welig over 'dankbaarheid' zou vertellen. Gewoon?! En weer voelde ik vanbinnen die grinnik. Stilte.

Gewoon knetterbijzonder, duizelingwekkend afwijkend gewoon. Dat 'ik' er ben en dan weer niet. Kiekeboe.

Previous
Previous

Beklemmende versnelling

Next
Next

Samen vallen